Wet DBA

MODELOVEREENKOMST VERVANGT DE VAR



Begin 2016 heeft LINKIT een maatwerkovereenkomst opgesteld en laten beoordelen door de Belastingdienst. Op 31 maart is onze maatwerkovereenkomst goedgekeurd door de Belastingdienst en geregistreerd onder nummer: 9051588051.

Update: nieuwe situatie per 18/11


De transitieperiode is verlengd tot 1 januari 2018. Concreet houdt dit in dat de Wet DBA van kracht blijft. Gezien het feit dat de Wet DBA niet is afgeschaft, zal LINKIT dus blijven werken met de door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst. Lees meer hierover in ons nieuwsbericht.

ACHTERGRONDINFORMATIE WET DBA

Op 2 februari 2016 is het wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (kortweg: DBA) aangenomen. De nieuwe wet is per 1 mei 2016 in werking getreden. Dit betekent dat de VAR (Verklaring Arbeidsrelaties) is komen te vervallen. Er zal een implementatietermijn tot 1 januari 2018. Deze periode staat in teken van implementatie en voorlichting met betrekking tot deze nieuwe wet. Vanaf 1 januari 2018 zal de wet ook gehandhaafd worden.
LINKIT heeft twee varianten van de goedgekeurde overeenkomst, namelijk de IT sourcing (detachering) en de Contractbeheer uitvoering.

Voorbeelden van deze modelovereenkomsten zijn hieronder te downloaden. Voor meer informatie over de Wet DBA en wijzigingen vragen wij u om onze nieuwspagina en Social Media kanalen in de gaten te houden.

MODELOVEREENKOMST IT-SOURCING (DETACHERING)
Deze overeenkomst is gelijkluidend aan de door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst d.d. 31 maart 2016 met kenmerknummer 9051588051. LINKIT heeft twee varianten gemaakt. Deze variant (IT sourcing/detachering) bevat een concurrentiebeding.
MODELOVEREENKOMST CONTRACTBEHEER
Deze overeenkomst is gelijkluidend aan de door de Belastingdienst beoordeelde overeenkomst d.d. 31 maart 2016 met kenmerknummer 9051588051. LINKIT heeft twee varianten gemaakt. Deze variant (contractbeheer) bevat geen concurrentiebeding.

Veelgestelde vragen

Algemeen

Wanneer gaat het officieel in?

In werking: 1 mei 2016
Overgangsfase van 1 mei tot 1 januari 2018
Vanaf 1 mei 2017 kunnen kwaadwillenden, zij die opzettelijk en bewust een situatie van schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan, wel naheffingen en boetes verwachten.

Wat zijn effectief de verschillen tussen het LINKIT modelcontract en het VAR gebaseerde contract?

Het modelcontract van de Belastingdienst laat een aantal zaken ter vrije invulling van partijen over die LINKIT heeft ingevuld. Het betreft de volgende artikelen:
- 4.2: vervanging;
- 5: opzegging overeenkomst;
- 7: aansprakelijkheid/schade, waarbij opgemerkt wordt dat deze in de eerdere modelovereenkomst van de Belastingdienst wel was ingevuld. LINKIT heeft deze bepaling overgenomen;
- 8: verzekeringen.

Artikel 10 (concurrentie-/relatiebeding, geheimhouding, boetebeding) en artikel 11 (intellectuele eigendom) zijn door LINKIT toegevoegd.

Ten slotte heeft LINKIT, teneinde er zeker van te zijn dat de ZZP-er is ingeschreven bij de KvK, opgenomen dat voor de totstandkoming van de overeenkomst de ZZP-er een kopie van deze inschrijving en het BTW-nummer moet verstrekken.

Wat verandert er voor ZZP-ers in dienst van een eigen BV ?

Eigenlijk niets. Voor de sociale verzekeringswetten wordt door een B.V. (of andere entiteit) heen gekeken. Dit wordt anders als er meer personen op de loonlijst staan.

Hoe moet de projectomschrijving worden opgesteld?

De Belastingdienst laat dit ter vrije invulling van partijen. Hierbij wordt opgemerkt dat de omschrijving zodanig dient te zijn dat de ZZP-er vrijheid heeft bij de uitvoering van de opdracht omdat anders het risico bestaat dat er sprake is van een gezagsrelatie.

Wat doen we met afwijkende contractvoorwaarden?

De Belastingdienst heeft de overeenkomst van LINKIT beoordeeld en geoordeeld dat er, indien de praktijk overeenkomstig de inhoud van de overeenkomst is, geen sprake is van een verplichting tot het afdragen/inhouden van loonheffingen. Van belang is dan ook dat de overeenkomst van LINKIT wordt gebruikt. Indien er sprake is van afwijkende contractvoorwaarden (bv vanwege de wensen van de klant) kunnen deze eventueel in een addendum worden opgenomen. Deze voorwaarden mogen nimmer leiden tot een gezagsrelatie tussen LINKIT en de ZZP-er en/of de klant en de ZZP-er omdat dan het risico bestaat dat alsnog tot naheffing door Belastingdienst zal worden overgegaan.

Overige

Als in de model overeenkomst wordt opgenomen dat je je mag laten vervangen, betekent dit dan ook dat je dit moet doen als je zelf wegens overmacht de werkzaamheden niet uit kunt voeren?

Nee, dit betreft geen verplichting.

In een typische IT beheer functie werk je naar de procedures van de klant, hoe verhoudt zich dit met het criterium of er sprake is van een machtsverhouding?

Ook bij een opdracht bestaat de mogelijkheid tot het geven van instructies/aanwijzingen omtrent de uitvoering van de opdracht. Of dit leidt tot een gezagsverhouding zoals deze geldt bij een arbeidsovereenkomst hangt af van in hoeverre de opdrachtnemer nog vrijheid heeft bij de invulling van zijn werkzaamheden. Het feit dat een opdrachtnemer zich dient te houden aan procedures die gelden bij een klant leidt niet per definitie tot een gezagsverhouding.

Hoe zit het met de ketenaansprakelijkheid als er een aantal partijen tussen zitten bij het plaatsen van een consultant?

De ketenaansprakelijkheid betreft een andere problematiek dan die van de WDBA. Het gaat daarbij om de daadwerkelijke afdracht van vooral de BTW en eventueel ook de loonbelasting aan de belastingdienst en de verantwoording voor inlenende partijen hiervoor.

Zelfstandigheid

Wat kan ik doen om er zeker van te zijn dat de Belastingdienst mij ziet als zelfstandige en niet als iemand in loondienst?

Het is erg belangrijk om je als een volwaardige ondernemer te profileren (bijv. website). Ook is het benadrukken van ondernemerschap belangrijk. Ondernemersrisico's lopen, doen van investeringen en zelfstandig de werkzaamheden verrichten. Ook het hebben van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is van belang.
Het is een optelsom van de feiten en omstandigheden. Zekerheid is er echter niet.

Waarvoor dient de ondernemerscheck?

Wil er geen sprake zijn van een fictieve dienstbetrekking, dan is vereist dat de ZZP-er de werkzaamheden verricht in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig beroep. Er geldt een bewijsvermoeden indien de ZZP-er is ingeschreven bij de KvK en LINKIT beschikt over een BTW nummer. Dit bewijsvermoeden zou door de Belastingdienst weerlegd kunnen worden (waarbij de bewijslast dan op de Belastingdienst rust). Bij het tot stand komen van de wet is aangegeven dat de intermediair (LINKIT) een beoordeling kan maken of er sprake is van zelfstandig ondernemerschap en daartoe interne beheersmaatregelen kunnen worden getroffen. De ondernemerscheck dient als zodanig te worden aangemerkt. De ondernemerscheck an sich geeft dus geen zekerheid doch is een (extra) indicatie dat er sprake is van bedrijf/zelfstandig beroep.

Is het opnemen van 'het risico van non-betaling door de Derde' en 'aansprakelijkheid van opdrachtnemer jegens Derde' een verplichte eis van de Belastingdienst om aan te tonen dat er geen fictieve dienstbetrekking is? Of is dit optioneel? (artikel 9)

Dit is geen verplichte eis en hiervoor geldt in grote lijnen hetzelfde als hiervoor is opgemerkt. Kenmerkend voor een zelfstandig ondernemer is dat deze het ondernemersrisico draagt. Het risico van non-betaling door de derde en de aansprakelijkheid zijn hier een wezenlijk onderdeel van.

Als een Derde niet betaalt, naar wie moet ik dan een deurwaarder sturen? Naar de Derde of naar de Opdrachtgever? (artikel 6.3)

Naar de opdrachtgever. Tussen de ZZP-er en de derde bestaat geen contractuele relatie.

Wat zijn noodzakelijke hulpmiddelen die in rekening zouden kunnen worden gebracht? (artikel 6.4) Waar liggen de grenzen?

Dit is niet nader omschreven. Een ZZP-er dient in beginsel, als zelfstandig ondernemer, zelf zorg te dragen voor de middelen waarmee de opdracht wordt uitgevoerd. Indien de ZZP-er gebruikt maakt van middelen van de opdrachtgever en/of de derde worden deze daarom in beginsel in rekening gebracht bij de ZZP-er. Indien dit niet het geval is, zal eerder aangenomen kunnen worden dat er sprake is van een fictief dienstverband. Hierbij wordt opgemerkt dat bij de beoordeling of hiervan sprake is niet slechts naar 1 element maar naar alle elementen tezamen wordt gekeken. Er is geen sprake van duidelijke grenzen.

Ik heb zorgen rondom de duur van een opdracht, of aaneengesloten opdrachten, en dus het aantal opdrachtgever(s) per jaar, of jaren? Dit in het kader van "schijnzelfstandigheid".

In artikel 9 is het bewijsvermoeden opgenomen. Dit bewijsvermoeden houdt in dat indien er aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 9.1 is voldaan, aangenomen mag worden dat de werkzaamheden worden verricht in de uitoefening van een bedrijf of in de zelfstandige uitoefening van een beroep. De Belastingdienst heeft bepaald dat het bewijsvermoeden evenwel niet van toepassing is indien er sprake is van (opvolgende) opdrachten van (gezamenlijk) een langere duur dan gelet op de aard van de werkzaamheden gebruikelijk is (artikel 9.2). De Belastingdienst laat zich niet uit over hoe lang 'gebruikelijk' is. Dit hangt volgens de Belastingdienst onder meer af van de branche en de aard van de opdracht. Zekerheid is er op dit moment dus niet. De Belastingdienst zal moeten aantonen dat de duur langer is dan gebruikelijk. Indien hiervan sprake is, betekent dit nog niet dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Bij de beoordeling of hiervan sprake is wordt gekeken naar alle elementen (holistische benadering). Het feit dat een opdrachtnemer meerdere opdrachtgevers heeft, zal eerder tot het oordeel leiden dat er geen sprake is van een (fictieve) dienstverband omdat de opdrachtnemer dan minder afhankelijk is van één opdrachtgever.

Vragen? NEEM GERUST CONTACT OP