Straks vechten we om datacenterruimte. Kan low-code helpen?

Low-code

Digitalisering lijkt oneindig. Nog een applicatie erbij. Nog een dashboard. Nog een workflow. Nog een AI-toepassing. In de praktijk is digitale groei allesbehalve grenzeloos. Achter elke applicatie zitten servers, opslag, netwerkcapaciteit, koeling, energie, hardware en beheer. 

Die realiteit wordt steeds zichtbaarder. Niet omdat datacenters als concept nieuw zijn, maar omdat de druk op datacenters snel toeneemt. Door digitalisering, cloudgebruik en AI groeit de vraag naar rekenkracht en opslagcapaciteit. De International Energy Agency schat dat datacenters wereldwijd in 2024 ongeveer 415 TWh elektriciteit gebruikten, zo’n 1,5% van de wereldwijde elektriciteitsvraag. In het basisscenario verdubbelt dat richting 2030 naar ongeveer 945 TWh.  

Ook in Nederland is die druk concreet. Volgens het CBS groeide de elektriciteitslevering aan datacenters in Nederland naar 5,09 miljard kWh in 2024, goed voor 4,6% van het totale elektriciteitsverbruik. Tegelijkertijd is ruimte op het stroomnet schaars. Liander beschrijft netcongestie in Amsterdam als een “stroomfile” en stelt dat de belangrijkste uitbreidingen om congestie op te lossen naar verwachting rond 2035 gereed zijn.  

Voor veel organisaties klinkt Green IT nu misschien nog als een onderwerp voor later. Interessant, maar niet urgent. Mooi voor het duurzaamheidsverslag, maar niet bepalend voor de IT-roadmap. Dat beeld kan snel veranderen. Als organisaties straks moeten vechten om een plek in het datacenter, wordt efficiënt omgaan met IT geen idealistische keuze meer. Dan wordt het een strategische randvoorwaarde. 

Precies daarom kijken we hier vanuit LINKIT met interesse naar. Als R&D-team vinden we het belangrijk om continu te analyseren hoe we als organisatie reageren op een snel veranderende wereld. Welke ontwikkelingen zijn tijdelijk? Welke worden structureel? En welke thema’s lijken vandaag nog niche, maar bepalen morgen de speelruimte van onze klanten? 

Low-code is geen groene sticker 

Low-code is een manier om applicaties sneller te ontwikkelen. Platforms zoals Mendix en OutSystems maken gebruik van visuele ontwikkeling, herbruikbare componenten, templates, automatisering en ingebouwde lifecycle-functionaliteit. Maar low-code is niet automatisch duurzaam. Een slecht ontworpen low-code-applicatie kan net zo goed onnodig zwaar, inefficiënt of moeilijk te beheersen zijn. Sterker nog: omdat low-code bouwen makkelijker maakt, ontstaat ook het risico dat organisaties juist méér applicaties bouwen zonder goed lifecyclemanagement. 

De vraag is dus niet: is low-code groen? De betere vraag is: kan low-code helpen om minder digitale verspilling te creëren? In veel gevallen is het antwoord ja. Niet omdat er minder regels code worden geschreven, maar omdat low-code organisaties kan helpen sneller te moderniseren door snelle iteraties, processen eenvoudiger te maken, technical debt op te lossen en minder rework te veroorzaken. 

1. Legacy vervangen zonder alles opnieuw uit te vinden 

Veel grote organisaties draaien nog op systemen die ooit logisch waren, maar die inmiddels een rem vormen op verandering. Legacy-systemen zijn vaak moeilijk te onderhouden, slecht te integreren en afhankelijk van specifieke kennis. Daardoor ontstaan workarounds: Excel-lijsten naast kernsystemen, handmatige controles, dubbele invoer, losse databases en e-mailprocessen die eigenlijk applicaties zijn geworden. Dat is niet alleen inefficiënt; het maakt ook verduurzaming moeilijker. Een complex IT-landschap is lastiger te meten, lastiger te optimaliseren en lastiger af te bouwen. 

Low-code kan hier een praktische rol spelen. Niet altijd door een volledig legacy-systeem in één keer te vervangen, maar door stapsgewijs te moderniseren. Bijvoorbeeld met nieuwe interfaces, proceslagen, integraties of applicaties die specifieke legacy-functionaliteit overnemen. LINKIT doet dit door te focussen op business automation en IT-modernisering: we helpen organisaties hun processen te digitaliseren, hun IT-landschap te vereenvoudigen en toekomstbestendige oplossingen te bouwen.  

2. Snellere procesautomatisering vermindert operationele verspilling 

De milieu-impact van software zit niet alleen in de applicatie zelf. Minstens zo belangrijk is wat die applicatie in de organisatie verandert. 

Een goed ontworpen low-code-oplossing kan handmatig werk verminderen, fouten voorkomen, papierstromen vervangen, wachttijden verkorten en dubbele administratie terugdringen. Dat zijn geen kleine verbeteringen. In grote organisaties kunnen trage processen en handmatige overdrachten een enorme verborgen kostenpost vormen. Denk aan planningsprocessen die nog draaien op spreadsheets. Klantprocessen die afhankelijk zijn van e-mail. Interne aanvragen die door meerdere afdelingen handmatig worden overgetypt. Elke van die processen vraagt om tijd, opslag, systemen, afstemming en correcties. 

Low-code is sterk in dit soort procesautomatisering. Niet omdat elk proces een app nodig heeft, maar omdat low-code het mogelijk maakt om sneller te testen waar automatisering daadwerkelijk waarde toevoegt. Een voorbeeld uit de praktijk: voor het Rode Kruis ontwikkelde LINKIT een digitale oplossing voor vrijwilligers- en eventplanning ter vervanging van spreadsheets en handmatige coördinatie. Hierdoor besteden planners 75% minder tijd aan coördinatie. Voor IT-beslissers is dit de kern: low-code is niet alleen een developmenttool. Het is een manier om processen opnieuw te ontwerpen. 

3. Minder ontwikkeltijd betekent minder rework 

Softwareontwikkeling kost meer dan programmeertijd. Er zijn refinement-sessies, testomgevingen, bugfixes, overdracht, documentatie, beheer en veel rework wanneer gebruikers te laat worden betrokken. Hoe later in het proces duidelijk wordt dat iets niet aansluit bij de behoefte, hoe meer werk verloren gaat. Low-code (en agile werken) kan die verspilling beperken doordat business en IT dichter bij elkaar komen. Visuele modellen maken oplossingen tastbaarder. Stakeholders kunnen sneller feedback geven. Teams kunnen eerder valideren of een proces klopt. En als iets niet werkt, is bijsturen vaak minder kostbaar dan bij traditionele maatwerktrajecten. 

Dat betekent niet dat low-code altijd beter is. Voor complexe, zeer kritische of diep technische systemen kan traditioneel maatwerk nog steeds de beste keuze zijn. Maar voor veel businessapplicaties en workflows kan low-code helpen om minder tijd te verliezen aan interpretatieverschillen, overdracht en herstelwerk. Low-code kan er ook voor zorgen dat de gebruiker beter bediend kan worden, omdat het makkelijker is om de juiste context en interface te bouwen, wat weer veel tijd bespaart voor de gebruiker. De duurzaamheidswaarde zit dus niet simpelweg in “sneller opleveren”. Die zit in minder omwegen. 

4. Herbruikbare componenten voorkomen digitale wildgroei 

Een ander voordeel van low-code is hergebruik. In plaats van steeds opnieuw dezelfde functionaliteit te bouwen, kunnen teams werken met templates, connectors, modules en componenten die al bestaan. Hier slaat vibe-coding (nu nog) de plank mis. Voor grote organisaties is dit relevant. Niet alleen omdat hergebruik sneller is, maar ook omdat het standaardisatie mogelijk maakt. Minder variatie in oplossingen betekent vaak minder onderhoud, minder afhankelijkheden en meer grip op de kwaliteit. 

Maar ook hier geldt: hergebruik is alleen duurzaam als de componenten zelf goed zijn ontworpen. Een inefficiënte component die overal wordt hergebruikt, verspreidt inefficiëntie. Daarom moeten herbruikbare low-code-componenten niet alleen functioneel en veilig zijn, maar ook presterend, onderhoudbaar en meetbaar. 

Waar low-code juist níet duurzaam is 

Low-code kan dus bijdragen aan Green IT, maar alleen onder de juiste voorwaarden. De technologie kan ook averechts werken. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer organisaties zonder governance steeds meer kleine applicaties bouwen. Of wanneer tijdelijke oplossingen permanent blijven bestaan. Of wanneer data, logging en integraties blijven groeien zonder dat iemand eigenaar is van de lifecycle, performance of opschoning. 

Low-code wordt minder duurzaam wanneer snelheid belangrijker wordt dan de ontwerpkwaliteit. Wanneer platformoverhead niet wordt meegenomen. Wanneer cloudresources te ruim worden ingericht. Wanneer niemand meet hoeveel een applicatie verbruikt. Of wanneer “duurzaam” vooral als claim wordt gebruikt zonder harde onderbouwing. De milieu-impact van low-code/no-code hangt af van factoren zoals platformefficiëntie, resourcegebruik, cloudhosting en integratie met bestaande systemen. Dat maakt de keuze voor low-code contextafhankelijk. Het is geen standaardantwoord, maar een ontwerpkeuze. 

Van R&D naar meetbare impact 

Binnen LINKIT kijken we naar Green IT als een ontwikkeling die steeds belangrijker wordt naarmate de digitale capaciteit schaarser wordt. Niet als los duurzaamheidsthema, maar als onderdeel van hoe organisaties hun IT-landschap toekomstbestendig maken. Daarbij past ook een nuchtere houding. Eerst meten, dan claimen. Onze Green IT-initiatieven zijn bewust klein gestart, met focus op inzicht en het versterken van de interne basis. We zijn gestart met onderzoek naar de milieu-impact van onze infrastructuur en ontwikkelen tools om die impact beter te meten en te managen.  

Voor low-code betekent dat concreet: gebruikmaken van ingebouwde optimalisaties, performance meenemen vanaf het ontwerp, herbruikbare componenten kritisch beheren, datagebruik beperken waar dat kan en carbon savings niet aannemen maar berekenen. Want de komende jaren draait de vraag niet alleen om of organisaties snel kunnen digitaliseren. De vraag is ook of ze efficiënt genoeg digitaliseren. 

De strategische keuze voor IT-beslissers 

Low-code kan helpen om legacy af te bouwen, processen te automatiseren, de ontwikkeltijd te verkorten en componenten te hergebruiken. Daarmee kan het bijdragen aan Green IT. Maar alleen als organisaties low-code inzetten met dezelfde discipline die ze verwachten van elke andere enterprise-technologie: duidelijke architectuur, governance, performance-eisen, lifecycle management en meetbare impact. 

De echte kans zit niet in minder code. De echte kans zit in minder verspilling. Als digitale ruimte schaarser wordt, winnen niet automatisch de organisaties die het snelst bouwen. Dan winnen de organisaties die bewust bouwen.